En het was niet eens kerst, maar een gewone donderdagavond. Het is een bonte gezelligheid. Binnendruppelende deelnemers. De begeleiders hebben een cappuccino of een doppio in de hand. We hebben het over het vroeger donker worden. Wilmie is ook al binnen.
Ze kijkt droevig. “Chris”, zegt ze, “mag ik even met je praten”. Als begeleiders geven we de deelnemers de ruimte zoveel mogelijk zich zelf te zijn. We zonderen ons een beetje af van de groep. “Mijn konijn is dood, hij is vanmiddag achter mijn huisje begraven”. Wat doe je dan? Meeleven tonen en zo.
Maar dan als een soort linkse-directe: “Ik wil het aan de groep vertellen en een minuut stilte”. Daar sta je dan. Zelf heb ik niet zoveel met huisdieren en zeker niet met dode huisdieren. Maar goed, daar kom ik niet mee weg. Ik stel voor dat ik het verhaal begin, dat zij het kort mag vertellen en dat we er heel even stil bij gaan staan. En dus doen we het op deze manier. De groep luistert mee, is even stil.
Daarna gaan we weer muziek maken en is iedereen het moment al weer bijna vergeten. En dan is het nog geeneens Tweede Kerstdag…….. (YvH). Een week later is Flappie in de geschiedenisboeken verdwenen en is er een nieuw konijn in het leven van een blije Wilmie. En gaan we verder met het spelen van A sky full of stars. Zou Flappie daar ook bij horen?
Muziek bij het 11r-orkest maakt deel uit van het dagelijkse leven van onze deelnemers. Muziek verbindt, ook bij elk soort verdriet. Doe je mee?